Schaakclub "En

Nieuw FIDE-reglement per 1 juli


Per 1 juli 2014 is het nieuwe FIDE-reglement van kracht. In vergelijking met de vorige versie (2009) zijn er behoorlijk wat wijzigingen, ik heb mijn best gedaan om deze op een rijtje te zetten. Het nieuwe reglement staat hier:

http://www.schaakbond.nl/knsb/handboek/schaakregels/FIDE-Regels voor het Schaakspel 1-7-2014.pdf

Laat ik beginnen met de belangrijkste wijzigingen, die elke schaker zou moeten kennen. De nummers verwijzen naar de artikelen in het FIDE-reglement.

  • 4.3: Aanraken is zetten wordt minder strikt: de eis is dat je het stuk aanraakt “met de bedoeling te zetten of te slaan”.

  • 6.2: Na je zet mag je je klok altijd indrukken, ook al heeft je tegenstander zijn zet al gedaan. Dit recht vervalt als je zelf je volgende zet doet. Dit is vooral van belang bij spelen met increment.

  • 7.5b: Bij de eerste onreglementaire zet krijgt (in een gewone partij) de tegenstander er twee minuten bij. Bij de tweede onreglementaire zet is de partij verloren, tenzij de tegenstander onmogelijk meer mat kan zetten, dan is het remise.

  • 9.6: Na vijf opeenvolgende alternerende zetten (heen en weer schuiven) van beide spelers, of na 75 opeenvolgende zetten zonder een pion te zetten of iets te slaan, is de partij reglementair remise. Dat wil o.a. zeggen, dat de arbiter de partij onmiddellijk mag (moet!) beëindigen, als hij dit waarneemt. De oude regel (3x herhaling van stelling, 50 zetten) blijft ook gewoon bestaan, maar om daar gebruik van te maken moet je dus zelf claimen.

  • 11.2: De speelruimte is de zaal waar gespeeld wordt. Het spelersgebied omvat daarnaast ook toiletten, rookruimte en koffiekamer. Zonder toestemming van de arbiter mag je niet:
    • De speelruimte betreden, als je zelf geen speler bent.
    • Als speler het spelersgebied verlaten.
    • Als aan zet zijnde speler de speelruimte verlaten. (Niet plassen als je aan zet bent!)
  • 11.3b: Dit is met afstand de meest controversiële:
    • Mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen zijn verboden binnen het spelersgebied, op straffe van verlies van de partij. Deze regel is zo strikt dat het bijna niet te handhaven is, want wie gaat er tegenwoordig nog zonder mobieltje op pad? Wel kan het wedstrijdreglement een minder zware straf opleggen, zo wordt er in de KNSB-competitie komend seizoen een waarschuwing opgelegd. We zullen moeten zien hoe het in de praktijk uit gaat werken.
    • De arbiter of een door hem aangewezen persoon mag je kleding, tassen etc. doorzoeken op dergelijke communicatiemiddelen. Die persoon moet wel van hetzelfde geslacht als jij zijn.
    • De “telefoonnul” is afgeschaft. Je mag immers geen telefoon meer bij je hebben!

  • 11.9: Je hebt het recht om aan de arbiter uitleg te vragen over de schaakregels. (M.i. geven ze hiermee toe, dat de regels te ingewikkeld zijn!)

  • Bij rapid- en snelschaken gelden nu vrijwel dezelfde regels, die ongeveer gelijk zijn aan de oude snelschaakregels (!). Dus (art. A4b) bij een onreglementaire zet mag de tegenstander direct de partij claimen (zoals al bij snelschaken was). Daarnaast moet de arbiter nu ook ingrijpen en de partij verloren verklaren, als hij het waarneemt. Ik zou arbiters aanraden een setje oogkleppen aan te schaffen….

 

Het oude artikel 10.2 over versneld beëindigen is nu verplaatst naar appendix G. Deze appendix is mogelijk van toepassing op normale- en rapidpartijen zonder increment, maar dit moet wel vooraf (in het wedstrijdreglement of anderszins) aangekondigd zijn. Tip: Vraag ernaar, als het niet duidelijk is! Er zijn verschillende varianten (G4 tot G6), welke geldt moet ook aangekondigd zijn.

  • G4: Als je minder dan 2 minuten overhebt, mag je de arbiter vragen om een increment van 5 seconden. Dit is ook een remiseaanbod. Indien de remise niet aangenomen wordt, wordt de increment ingesteld, krijgt de tegenstander 2 minuten erbij en wordt de partij voortgezet.

  • G5: Dit is min of meer het oude artikel 10.2: Je mag met minder dan 2 minuten op de klok remise claimen, als je tegenstander niet meer op een normale manier kan winnen of daar geen poging toe doet. De arbiter mag de claim accepteren, afwijzen, of (wat meestal gebeurt) het nog even aankijken en later (mogelijk na vlagval) beslissen. Tegen die beslissing mag nu wel beroep aangetekend worden.

  • G6: Als er geen arbiter aanwezig is, mag je met minder dan 2 minuten op de klok claimen, de partij stopt dan. Gronden voor een claim zijn:
    • De tegenstander kan niet op normale wijze winnen. Je moet de eindstelling opschrijven.
    • De tegenstander doet geen poging om normaal te winnen. Je moet een volledig bijgewerkte notatie hebben en de eindstelling opschrijven.
    De tegenstander moet de eindstelling en e.v.t. notatie “verifiëren”, het lijkt me raadzaam om het formulier beide te ondertekenen. Vervolgens moet de claim worden voorgelegd aan een arbiter, hoe dit in de praktijk in zijn werk gaat (opsturen per post??) zal moeten blijken.

 

Daarnaast zijn er nog een boel andere wijzigingen, die misschien niet allemaal belangrijk zijn op koffiehuis-niveau maar wel goed om te weten:

  • 3.10: Er is nu een duidelijke definitie van een onreglementaire zet, maar dit was op zich wel logisch.

  • 4.6: De promotieregels zijn minder strikt naar voorheen. Vroeger moest je officieel je pion naar de laatste rij schuiven, van het bord halen en dan een stuk ervoor in de plaats zetten. Nu mag je gelijk ook de pion weghalen (van de op één na laatste rij) en dan een stuk op het promotieveld plaatsen. Zie ook de opmerking over artikel 7.5a.

  • 6.7: Het toernooireglement moet nu vaststellen binnen hoeveel tijd na het officiële aanvangstijdstip je achter het bord moet zitten, de zogenaamde verzuimtijd.

  • 7.1: Als er zich een onregelmatigheid voordoet en/of stukken moeten worden teruggezet naar een vorige stelling, moet de arbiter de kloktijden zo zorgvuldig mogelijk aanpassen, maar hij mag ook besluiten om dat niet te doen. (Ja, dat vind ik ook nogal krom)

  • 7.5a: Als je na promotie de pion laat staan en je klok indrukt, doe je een onreglementaire zet (zie 7.5b en A4b). Daarnaast vervalt het recht op minorpromotie, de pion moet een dame worden.

  • 8.1: Als een speler door een beperking niet in staat is om te noteren, mag zijn klok daarvoor niet gecorrigeerd worden.

  • 9.5: Bij onterechte remiseclaims krijgt de tegenstander twee i.p.v. drie minuten extra.

  • 11.10: Tegen elke beslissing mag beroep worden aangetekend, tenzij het wedstrijdreglement anders beslist. Organisatoren wordt dus sterk aangeraden een maximumtermijn in te stellen voor dergelijke beroepen.

  • 12.9: Overtredingen kunnen bestraft worden met een boete, mits vooraf bekendgemaakt.

  • A1: Rapidschaak is alles > 10 minuten en < 60 minuten. (was 15-60)

  • A4a: Bij rapid- en snelschaak mag na 10 zetten (was 3) kan een onjuiste beginstelling of onjuist ingestelde schaakklok niet meer worden gecorrigeerd, tenzij de onjuist ingestelde klok het toernooischema negatief zou beïnvloeden. Open vraag: Hoe zit het met klok-instellingen die je pas later merkt (bijv. tijd erbij op zet 40, met zettenteller)?

  • A4d: Voor rapid- en snelschaak: Bij een (niet-gepromoveerde) pion op de verste rij, of als beide koningen schaak staan, moet de arbiter wachten tot de volgende zet is voltooid. Als de onreglementaire stelling dan nog steeds op het bord staat, is het remise.

  • B1: Snelschaken is <= 10 minuten i.p.v. <= 15 minuten (zie ook A1)

  • B2: Alle tijdstraffen zijn bij snelschaken 1 minuut i.p.v. 2 minuten.

 

Nou, dat was me toch een aardige lijst, dacht ik zo. Gelukkig gaan torens nog steeds rechtdoor en lopers schuin...

Jasper Reichardt

09-07-2014


 
blog comments powered by Disqus